BVH over arbeidsmarktcommunicatie
HomeNieuwsInvloed van digitalisering op ons werk

Invloed van digitalisering op ons werk

digitalisering meer of minder

De invloed van digitalisering op ons werk houdt de gemoederen op de arbeidsmarkt flink bezig. In de laatste verkiezingen werd wel degelijk aandacht besteed aan het werk van de toekomst. Bijvoorbeeld  via onderwerpen als het verschil tussen vast en flexibel werk, de toekomst van loonbelasting en het al dan niet verplicht stellen van sociale voorzieningen. Toch werd er vrijwel niet gesproken over het effect van de digitalisering op de werkgelegenheid. Tot de verbazing van Annet Aris, docent digitale strategie aan businessschool Insead in Fontainebleau en commissaris bij diverse bedrijven, en dus besteedde zij een trilogie van columns aan dit onderwerp in het FD.

Meer of minder werk?

In haar eerste column schetst zij de meningen over de impact van de digitalisering. Waar beide kampen het over eens zijn, is dat de inhoud van het werk op alle niveaus enorm zal gaan veranderen. Zowel laag- als hooggekwalificeerde beroepen zullen worden beïnvloedt door de komst van algoritmen, autonome robots en artificiële intelligentie.

De optimisten in de discussie baseren zich vooral op het macro-economische gedachtegoed. Dit gedachtegoed gaat ervan uit dat de digitalisering voor een hogere productiviteit zal zorgen met als gevolg economische groei. En economische groei betekent ook meer werkgelegenheid. De pessimisten gaan erin mee dat de arbeidsproductiviteit omhoog zal gaan, maar stellen dat enkel een kleine groep hier de vruchten van zal plukken. Namelijk degene die de kapitaalgoederen bezitten en die de data, algoritmen en intellectuele rechten in handen hebben. De werkenden zullen niet van de stijgende productiviteit profiteren, waardoor de consumptie niet zal stijgen en er zelfs deflatie op de loer ligt.

Snelheid van veranderingen

In haar tweede column licht Aris een element uit dat in grote mate bepaald wat de invloed van de digitalisering op de werkgelegenheid is: de snelheid van de veranderingen. En dat is natuurlijk logisch: hoe geleidelijker de veranderingen plaatsvinden, hoe meer tijd er is om nieuwe vaardigheden aan te leren en met nieuwe ideeën voor werk te komen.

Ook over de snelheid van de veranderingen bestaan verschillende meningen. Uiteindelijk blijft het futuristisch werk en zullen we het nooit zeker weten. Breed genomen zijn er twee scenario’s: de snelle- en de geleidelijke adoptie. Een van de onderzoeken die hier iets over zegt en wordt aangehaald door Aris is een studie van McKinsey Global Institute genaamd “A future that works: automation, employment and productivity”. In dit onderzoek wordt allereerst gekeken naar welke  menselijke vaardigheden kunnen worden vervangen of worden verbeterd door technologieën. Maar ook naar hoe dit zich vertaalt in impact op verschillende beroepsgroepen en welke factoren de snelheid en de mate van automatisering beïnvloeden.

De uitkomst van het onderzoek is dat de helft van de werkzaamheden van vandaag in 2055 geautomatiseerd kunnen zijn. Dit kan echter ook zomaar 20 jaar eerder of later gebeuren, afhankelijk van verschillende technische, economische en sociale factoren. En juist omdat het zo onvoorspelbaar is, is het voor bestuurders de uitdaging om op beide scenario’s – de snelle en de geleidelijke adoptie – voorbereid te zijn.

Plan van aanpak

Maar hoe dan? Waar moet de focus per scenario op liggen? Dat wordt uiteengezet in de laatste column van de reeks. Bij een geleidelijke overgang zal de toenemende vergrijzing ervoor zorgen dat de factor arbeid schaars blijft. De focus zal dan dus moeten liggen op omscholing, het bevorderen van ondernemerschap en het voorkomen van scheefgroei. Omscholing om nieuwe vaardigheden aan te leren ten behoeve van de digitalisering. Ondernemerschap stimuleren zodat er nieuw werk ontstaat ter compensatie van de geautomatiseerde activiteiten. En voorkomen dat bepaalde spelers, die beschikken over grote hoeveelheden data en kunstmatige intelligentie, een disproportionele macht in handen krijgen.

Bij de snellere overgang zullen deze eerder genoemde maatregelen niet genoeg zijn. Dan zullen er ook vangnetten gecreëerd moeten worden om de onrust in de maatschappij op te vangen. Vangnetten waardoor men zeker is van een bepaald inkomen waar men van kan leven. Het advies vanuit Aris is dat dit internationaal opgezet moet worden, aangezien juist de opkomende economieën het zwaarst getroffen zullen worden door de digitale automatisering.

Met de kabinetsvorming in Nederland en de opkomende verkiezingen in onze buurlanden is dit het perfecte moment om de koppen bij elkaar te steken en het hier met elkaar goed over te hebben. Best een uitdaging, maar “nobody said it was easy”.

 

Bron: Drieluik columns (Digitaliseren: meer of minder werk? ; Niet de transformatie maar de snelheid is cruciaal ; Digitaal arbeidsmarktbeleid – kan dat?) van Annet Aris in het FD van 18 maart, 23 maart en 30 maart 2017.

VOLG ONS

willemijn@bvh.nl

Willemijn Kaal, Msc. Corporate communicatie gestudeerd aan de Universiteit. Binnen BVH verantwoordelijk voor arbeidsmarktcommunicatie & employer branding. Houdt van reizen, lekker eten en sport.

GEEN REACTIES

PLAATS EEN REACTIE