Digitale employer branding – 6 aandachtspunten

Gisteren was ik een van de sprekers op het e-HRM Congres van Emerce. De vraag die ik kreeg was om te praten over digitale employer branding. Ik heb het vooral gehad over dat  employer branding nooit alleen maar digitaal is. Het gaat vooral over gevoel en het het is van en voor mensen.

Het is helemaal geen anti-digitaal verhaal, juist niet. Want ik geloof er heilig in dat er door online, social media, mobile, referral, gaming etc ongekende mogelijkheden zijn voor het vakgebied. Alleen zijn het tools, die dood en afstandelijk blijven als je niet zorgt voor een goed verhaal en de goede mensen die er iets mee gaan doen.

Ik zet mijn presentatie in twee delen online. Hierbij eerst het tweede deel. Daar licht ik 6 onderdelen eruit waarvoor het bovenstaande geldt. Het zijn geen sheets met enorme verhalen erop, dat heb ik erbij verteld. Dus het zijn nu wat losse kreten. Wil je het hele verhaal erbij horen, dat kan altijd.

Hier kun je bekijken wat we inmiddels allemaal op Slideshare hebben staan.

(even online bureau Trimm uit Enschede bedanken. Ik heb de titel van mijn presentatie gebaseerd op hun advertentie in de Emerce. )

Door: Marcel van der Quast | vrijdag, 16 maart 2012 | Geef een reactie (0)

Share |  

Hoe bouw je een goede werkenbij-site?

In de eerste helft van dit jaar is de werkenbijachmea.nl website gerealiseerd en in juni live gegaan. Hierover schreef  Marcel van der Quast al eerder op dit blog. Hij schreef er ook bij dat het project startte met discussie in een LinkedIn groep en een daaruit voortvloeiende campagne. Deze campagne moest uiteraard ook doorvertaald worden in een nieuwe wervingssite.

In deze blogpost probeer ik globaal het online productieproces te schetsen dat we daarbij gevolgd hebben. Mijn vak is namelijk het realiseren van online projecten,  het is goed om deze kant van het vakgebied eens te omschrijven. Ik omschrijf hier het proces, met vele verschillende partijen die een rol spelen. Daarnaast zijn er twee constante factoren in het proces geweest. Wij als PersoneelZaak en Mitchell van Koert van Achmea, die alle lijnen met de verschillende partijen heeft gemanaged. Het dreigt een technisch verhaal te worden, maar ik hoop het begrijpelijk te houden.

Vanaf de start van het project was duidelijk dat de website aan vernieuwing toe was. Dit betekende nieuwbouw in plaats van renovatie. Het gaf ons de kans om nieuwe mogelijkheden toe te passen en de website geschikt te maken voor de toekomst. Feilloze integratie met het vacaturesysteem Talentlink, geschiktheid voor mobiel en tablet, voldoende interactie, een prima zoekfunctie en een goed CMS waren een aantal wensen en eisen die meteen naar voren kwamen. In de gesprekken die volgden werden deze punten opgeschreven en geprioriteerd met als resultaat een requirementsdocument.

Met de kennis van de nieuwe campagne en de requirements in gedachten, hebben wij vervolgens een voorstel gemaakt voor vorm en flow. Eerst heel globaal, maar als snel verder uitgewerkt in een interactie-ontwerp. Ook bij het ontwerpen van de functionaliteiten is telkens gekeken naar de wensen en eisen, maar ook naar de mogelijkheden in techniek. Inmiddels was duidelijk geworden dat de IT afdeling van Achmea het CMS in SharePoint ging bouwen en de HTML door onze technische partner zou worden aangeleverd in templates. In een parallel traject werd er een zoekwoordenanalyse gedaan door Expand Online, die als input zou dienen voor het schrijven van de teksten en werden ook de gesprekken gevoerd ter voorbereiding van de integratie met TalentLink, het talent management systeem waar Achmea gebruik van maakt. Alles bij elkaar was dit, met nog een aantal maanden voor de boeg, een behoorlijke uitdaging.

Om geen tijd te verliezen is het proces in een estafette-vorm uitgevoerd. Achmea IT begon alvast aan de basis van de SharePoint omgeving, terwijl onze Maarten het design van de templates aan het afronden was op basis van het contentdocument. Hier stond in detail wat er op welke pagina zou komen. Niet alleen de teksten, maar vooral ook de blokjes met crosslinks en andere gerelateerde informatie en niet te vergeten de interactieve onderdelen. De templates werden vervolgens omgezet van PSD naar HTML in combinatie met CSS en JavaScript/JQuery. Er is hierbij geen gebruik gemaakt van Silverlight, omdat de werking op iPhone en iPad dan in gevaar zou komen. De HTML templates werden vervolgens in batches gemaakt, getest en opgeleverd aan Achmea IT die ze weer verwerkte in SharePoint.

Aan Achmea-kant zijn medewerkers gevraagd te bloggen en twitteren en werden de koppelingen met de gebruikelijke social media gemaakt. Uiteindelijk zijn ook de teksten en andere content in het CMS gezet, is de koppeling met TalentLink (lezen van vacatures en schrijven van sollicitaties) gereed gekomen en is het geheel getest. Niet alleen op functionaliteit, maar ook op vorm en SEO.

Uiteindelijk is er een goed werkende en vooral mooie en gebruiksvriendelijke website opgeleverd, die in alle opzichten beter is dan de vorige versie. Een mooi resultaat van een gezamenlijke inspanning van vele partijen.

Door: Jan Jaap Elenbaas | dinsdag, 22 november 2011 | Geef een reactie (0)

Share |  

Impulse Overload

Voor de viering van het 50-jarige bestaan van het zusje van De PersoneelZaak, Baas en Van Haastrecht, maakte ik een presentatie over de enorme hoeveelheid impulsen waar we tegenwoordig aan blootgesteld worden. Zoveel, dat we (mensen, doelgroepen) steeds meer filters zullen gaan inbouwen en merken steeds meer moeite zullen moeten doen om daar doorheen te dringen.

Dat komt onder andere doordat we continue toegang hebben. Tot elkaar, tot het nieuws, tot data en tot entertainment.  Dat leidt enerzijds tot mooie dingen en biedt ongekende kansen. Crowdfunding, online coaching & co-creatie zijn zomaar een paar voordelen van onze huidige connected wereld. Bovendien heeft het internet veel mensen een stem gegeven en lijken social media een versnellende uitwerking op revoluties te hebben. Anderzijds leidt het ook tot information overload en zet het druk op de waarde van informatie, contact en belevingen.

Alles wordt een beleving. De ene facebookactie na de andere roept om mijn aandacht. Sommigen krijgen mijn aandacht ook. Zoals laatst de actie van HEMA, waarbij je werd gevraagd om een foto van je allerliefste gebreide trui uit kindertijd te uploaden. De truien met de meeste stemmen maakten vervolgens kans om opgenomen te worden in de collectie – in de maat die je nu hebt. Een geniale actie die geniale plaatjes oplevert! Maar veel andere (misschien wel mooie) acties missen mijn aandacht, die ik toch moet verdelen. Alleen van die acties/belevingen die doordringen door het filter dat mijn brein, mijn rss feeds en mijn online sociale netwerk vormen, kan ik nog mogelijk onder de indruk zijn.

En zo zit er ook inflatie op vriendschappen, exclusiviteit, en op het nieuws. Waar brengt dit ons? Aandacht moet je verdienen. Om de grote hoeveelheid aan impulsen te kunnen managen, zullen mensen er steeds beter in worden om impulsen uit te filteren, én in te filteren. Door het gebruik van slimme tools, maar ook doordat het brein getraind wordt om te filteren.  Merken moeten wegen zoeken om steeds weer door het filter door te dringen. Daar heb je goede ideeën voor nodig. Die superrelevant zijn, uniek zijn en de moeite waard zijn om met anderen over te communiceren. Er ligt ook een kans voor merken om zelf de filterfunctie te omarmen. Een merk is sowieso al een soort filter, maar hoe kan je je doelgroep een dienst doen, door je filterfunctie uit te breiden? Bijvoorbeeld door een autoriteit te zijn op een kennisdomein. Of door een gidsfunctie in te vullen. Daarnaast verwacht ik een tegentrend: offline en unplugged als elite ervaring. Bekijk mijn prezi (vol impulsen) om een idee te krijgen van het complete verhaal.

Door: Marlies de Gooijer | woensdag, 9 november 2011 | Geef een reactie (0)

Share |  

Marine voor Moeders

In Amerika is de houding van ‘het volk’ ten opzichte van de krijgsmacht anders dan in Nederland. Hier zijn we vaak kritisch en erg gematigd met de steun, daar zijn het echt ‘onze jongens en meiden’. Bumperstickers met ‘We support our troops’ zijn daar heel normaal, hier kun je ze niet voorstellen. Daarom moeten we zeker niet voor alle communicatie letterlijk naar de Amerikaanse krijgsmacht kijken, en dat overnemen voor onze Landmacht, Luchtmacht, Marine of Marechaussee.  Daar moet een stevige NL-filter overheen.

Maar dit is wel een heel interessant voorbeeld. Navy for Moms. Een community van moeders met kinderen bij de US Navy. Het geeft moeders de kans om ervaringen en gevoelens te delen met andere moeders.Kijk vooral ook naar de aantallen. Ruim 50.000 leden, meer dan 1.500 groepen, meer dan 100.000 foto’s worden er gedeeld. Een enorme community, en heel levend ook zo te zien.

Dit is natuurlijk geen puur employer branding instrument. Het heeft een veel grotere rol, en gaat veel verder dan dat. Maar het is wel een belangrijk onderdeel van het totale employer brand. Want ouders zijn een zeer belangrijke doelgroep bij de werving voor Defensie. En met een community zoals deze zorgen ze er in ieder geval voor dat ouders van potentiële medewerkers het echte verhaal kunnen gaan checken bij bestaande Defensie-ouders.

Dus, we moeten het zeker niet letterlijk overnemen vanuit de VS. Al is het alleen maar omdat deze site er echt Amerikaans-lelijk uitziet. Maar qua middel en rol zou het zeker iets kunnen zijn voor het Nederlandse Ministerie van Defensie.

Door: Marcel van der Quast | maandag, 12 september 2011 | Geef een reactie (0)

Share |  

Nieuwe doelgroep: extreem actieve zoekers?

Vandaag zag ik voor het eerst Twitterbaan.nl. Ik las dat deze site een groot succes was, omdat er nu al ruim honderdduizend vacatures op stonden. Heel eenvoudig, alle tweets met #vacature erin worden gefilterd. De site krijgt media-aandacht, want er gebeurt iets met banen en social media. En dan krijg je al snel aandacht. Is het nou ook echt goed? Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar kan alleen zeggen wat ik er zelf van vind.

Ik begrijp het niet. Honderdduizend vacatures zegt mij alleen dat dat best veel is. Maar als ik ga zoeken, kan ik nauwelijks selecteren, dus ik verdwaal in allerlei onbegrijpelijke berichten van vooral  allerlei tussenpersonen. Als je hier echt doorheen gaat ploegen, moet je wel heel desperate op zoek zijn naar een baan. Maar misschien zijn ze er ineens heel veel hoor, deze extreem actieve zoekers.

Wat ik vooral niet begrijp, is dat ik dit niets nieuws vind. De jobboards hebben jarenlang geconcurreerd met het grootste aantal vacatures. Tot er uiteindelijk meer vacatures op stonden dan de Nederlandse beroepsbevolking groot was. De laatste jaren zijn de jobboards op zoek naar nieuwe manieren om zich van elkaar te onderscheiden. En wat doet dan Twitterbanen? Die gaat gewoon weer vertellen dat ze heel veel vacatures hebben. Dat lijkt mij niet de reden om hier naartoe te gaan.

Maar toch is het interessant. Want het eerste tv-journaal benutte ook niet gelijk alle voordelen van televisie. Daar begon men ook met het op tv voorlezen van de krant. De echte ontwikkeling kwam daarna pas.

Om het positief af te sluiten kan ik dus zeggen dat ik erg benieuwd ben naar de volgende stap van twitterbaan.nl, of en andere partij die de volgende stap gaat zetten met twitter en banen.

Door: Marcel van der Quast | dinsdag, 1 februari 2011 | 1 reactie (1)

Share |  

Garantie voor een succesvolle viral?

Als ik die kon geven, was ik inmiddels een rijk man. Die garantie kan niemand je volgens mij geven.
Daardoor zijn er wel genoeg interessante dingen over te vertellen.

Zo zag ik dit filmpje voorbijkomen met de 20 meest succesvolle virals van het afgelopen jaar. Kost je 19 minuten, maar is het zeker waard.
Wat mij erin opvalt, is het grote aantal ‘tv-commercials’ dat er tussen staat.
Vaak wordt gedacht dat virals goedkoop zijn. Want het stuurt zichzelf door. Maar je moet wel iets hebben om door te sturen.
Er zijn natuurlijk voorbeelden van hele goedkope filmpjes die online zeer goed scoren.Maar een groot deel zijn gewoon erg goed bedachte en uitgevoerde producties (lees: dure producties). Die dan heel veel worden doorgestuurd.

Daarom is het viral-effect vooral gunstig voor het media-budget van adverteerders. Dit lijstje geeft aan dat er wel gewoon mooie dingen moeten worden gemaakt. En dat je dus niet automatisch ook je prioductie-budget moet schrappen.

Door: Marcel van der Quast | maandag, 6 december 2010 | Geef een reactie (0)

Share |  

Mobiel internet groeit en groeit

Onlangs stond er een artikel op nu.nl over mobiel internetten en vooral het stijgende gebruik er van. Er kwamen een paar getallen voorbij, die het gevoel wat ik al een tijd heb ondersteunen. Een greep uit de feiten die werden genoemd:

- 60% van de mensen in de wereld die internettoegang hebben is dagelijks online
- In Nederland is dat 70%, 32% heeft een eigen blog, 29% neemt deel in forums
- Smartphone in Nederland wordt met name gebruikt voor e-mail (2,2 uur per dag) en social networking (1,2 uur per dag)

Dit zijn indrukwekkende cijfers en het het mobiele gebruik zal door het bezit van smartphones en tablets alleen maar stijgen. Mobiel consumeren is dus niet meer weg te denken uit de maatschappij, mobiel communiceren dus ook niet meer. Ook wij merken dat steeds vaker in ons dagelijks werk. Niet alleen vanuit de klant komt steeds vaker de behoefte om ‘mobiel te gaan’, ook vanuit het idee ontstaat steeds vaker de vraag wat de mogelijkheden zijn qua techniek. Mogelijkheden zijn er zeker en steeds meer.

Een vraag die naar aanleiding van bovenstaande nog naar voren kwam was de volgende: “Is ook nog onderzocht hoe het met mannen en vrouwen zit? En jongeren en ouderen? Ik stond namelijk laatst op een metrostation en opvallend was dat veel vrouwen/meiden verdiept waren in een boek of tijdschrift. Veel mannen/jongens echter kregen een kromme nek en van naar hun mobieltje staren. Als ik in de metro om me heen kijk zijn de meiden vooral aan het praten in hun mobieltje en jongens drukken er meestal op.

Een antwoord op deze vraag is (deels) te vinden in een publicatie van het CBS genaamd “De digitale economie 2009”, hoofdstuk 5.1, pagina 142. Hoewel niet concreet en met cijfers gepubliceerd.

De overgrote meerderheid van de Nederlanders gebruikt in 2009 wel eens een mobiele telefoon: 92 procent. Het gebruik van een mobieltje is het minst populair onder personen van 65 tot 75 jaar. Van hen belt drie kwart wel eens mobiel.
Het aandeel mannen dat een mobieltje gebruikt is ongeveer even groot als het aandeel vrouwen. Verschil is er wel in het gebruik van het mobieltje om te internetten: mannen doen dit vaker dan vrouwen en jongeren vaker dan ouderen. Personen die nooit mobiel bellen, maken ook minder gebruik van overige ICT-voorzieningen. Van deze groep heeft namelijk ongeveer 70 procent thuis internettoegang en slechts 53 procent heeft thuis breedbandinternet. Voor alle Nederlanders liggen deze aan- delen op respectievelijk 93 en 79 procent.

Maar de vrouwen zitten niet stil. Uit een ander onderzoek (browser Opera) blijkt dat vrouwen in opkomst zijn. Het aantal vrouwen dat gebruik maakt van mobiel internet groeit namelijk sneller dan het aantal mannen. Maar in totaal zijn er nog steeds veel meer mannen die gebruik maken van het mobiele web.

Het aantal vrouwen dat in de afgelopen twee jaar gebruik is gaan maken van de mobiele browser steeg met 575%. Ter vergelijking: in diezelfde periode steeg het aantal mannen dat gebruik maakt van Opera Mini met 233%. Het zijn de mannen die mobiel internet gebruik domineren. De Opera browser heeft 25% marktaandeel bij mobiele gebruikers en kan dus als redelijk representatief worden gezien.

De toenemende groei van het aantal vrouwelijke gebruikers is te wijten aan de toenname van applicaties en niet aan de hardware volgens een Gartner-analist in Webwereld. Het aantrekken van vrouwen gaat niet om het aanbieden van roze telefoons maar om het ontwikkelen van succesvolle applicaties die vrouwen bijvoorbeeld helpen beter om te gaan met hun werk en familieleven. Daar zit wel wat in denk ik, al kijk ik naar mijn thuis situatie (beide dames geven niets om de telefoon, maar zijn alleen met apps bezig, die van 2,5 nog bijna meer dan die van 30).

Bovenstaande wordt enigszins onderschreven door een artikel op MSN. Daar wordt geschreven dat mannen weliswaar liever een iPhone of Android toestel willen en vrouwen een Blackberry (hardware), maar dat de onderliggende reden is dat mannen zoveel mogelijk apps willen en willen internetten. Vrouwen vinden het vooral belangrijk om te communiceren. Dat kan met ouderwets bellen, maar bijvoorbeeld ook ‘pingen’ (soort gratis SMS) wat een app op de Blackberry is. Dit is ook een reden voor jongeren trouwens, die zo minder geld kwijt zijn.

Wat betreft ouderen heb ik niet zoveel kunnen vinden, maar ik denk dat die langzaam erg belangrijk gaan worden. Met apparaten als de iPad, maar ook laptops + het feit dat veel zaken nu eenmaal online gedaan kunnen/moeten worden, groeit het gebruik er van. Ze zijn met veel (babyboom) en daarnaast hebben de ‘nieuwe’ ouderen al een tijd ervaring, omdat ze tijdens hun werk al een computer hebben gebruikt, in tegenstelling tot de huidige 75+ers.

UPDATE: kleine update over mobiel gebruik. Een artikel op FW (Mobiele ‘superconnecteds’ irriteren Nederland), gaat in op een rapport van TNS NIPO over irritaties m.b.t. mobiel internet.

Door: Jan Jaap Elenbaas | woensdag, 17 november 2010 | Geef een reactie (0)

Share |  

Wat kost een website?

geld

Een vraag die altijd weer terug keert is de volgende: Wat kost een website? Als online producer krijg ik die vraag, of een afgeleide er van, vaak te horen. Of het nu van een klant is of van een collega, men wil graag weten met welk bedrag er rekening dient te worden gehouden, bij het opstarten van zo’n project.

Dat de vraag bij meerdere partijen leeft, blijkt wel uit een artikel op het blog van frankwatching.nl. Iedereen probeert op zijn of haar manier een antwoord te zoeken en te geven. De één noemt bedragen, de ander bandbreedtes en weer anderen zeggen dat er geen eenduidig antwoord te geven is. Of dat het afhangt van wat de website gaat opbrengen.

Ook naar mijn mening is er geen eenduidig antwoord te geven. Echter, de behoefte bij klanten of collega’s blijft om te weten waar ze aan toe zijn. Daarom is er aan de hand van een aantal basisgegevens altijd wel een zeer ruwe inschatting te maken (een bandbreedte). Deze is gebaseerd op een lange tijd aan ervaring op online gebied, waarin vele projecten de revue zijn gepasseerd.

Vervolgens zal er altijd een meer gedetailleerde inschatting gemaakt moeten worden. In het ideale plaatje wordt deze gedestilleerd uit de antwoorden op verschillende, elkaar opvolgende processen als strategie (de ene richting is de andere niet), concept (kan techniek bepalend zijn) en specificaties (functionaliteiten en randvoorwaarden). Pas dan zijn de basisdetails bekend om het vormgeven, de bouw en nazorg te becijferen.

Het aloude voorbeeld van het bouwen van een huis blijft een goede metafoor. De vraag: Wat kost een huis? is ook niet in één keer te beantwoorden. Daarvoor zul je eerst moeten achterhalen wat je er mee wilt op lange termijn (strategie), welke stijl het moet zijn, in welke omgeving (concept) en de wensen en eisen op detailniveau, verwerkt in een bouwtekening (specificaties). Pas dan zal een aannemer je kunnen vertellen wat de kosten zijn voor de bouw van je (droom)huis. Klinkt logisch toch?

En om tenslotte nog een tipje van de sluier op te lichten, we hebben bij de PersoneelZaak menig website gebouwd, variërend van 10K tot 250K. Het is maar net wat er nodig is. En wat het op moet brengen!

Door: Jan Jaap Elenbaas | donderdag, 2 september 2010 | Geef een reactie (0)

Share |  

Creatief met Google Adwords

Iedereen zal het erover eens zijn dat Google Adwords voor iedere werkgever en campagne goed en nuttig zijn. Alleen is het niet iets wat creatieven echt boeit. Het is meer iets voor de media-afdeling.
Het kan wel degelijk erg creatief worden gebruikt. Bekijk dit filmpje maar.

Deze gast heeft voor de namen van een aantal creatief directeuren van grote bureaus in New York adwords ingekocht, zodat er in Google een boodschap van hem bovenaan komt als ze zichzelf googlen.
Briljant. En het werkt, want hij mocht bijna overal op gesprek komen. Totale kosten: 6 dollar.

Door: Marcel van der Quast | maandag, 17 mei 2010 | 1 reactie (1)

Share |  

Het internet der dingen …

… ofwel The internet of things.

Wat is het en wat kan het? Een korte intro, gepikt van het blog van Erwin Blom en vervolgens een filmpje met een redelijk treffende uitleg.

De inleiding van Erwin Blom: “Zo gaat het vaak: jaren wordt over een aanstaande ontwikkeling gesproken die maar niet wil komen. Hoelang hebben we niet gehoord dat mobiel internet de massa zou bereiken? En het gebeurde maar niet. Hoelang hebben we niet gehoord dat boeken net als muziek digitaal zouden gaan? En het gebeurde maar niet. Hoe lang hebben we de verhalen niet gehoord over de toekomst van op internet aangesloten apparaten (weet je nog, slimme koelkasten die melk bijbestellen als de voorraad op gaat?) ? En het gebeurde maar niet.

En dan opeens is het een werkelijkheid, is het een gegeven. Mobiel internet groeit als kool, de boekenwereld trilt op zijn grondvesten door de opmars van e-books en apparaten als de iPad. En de auto’s met internet aan boord komen uit de fabriek. The Internet Of Things wordt snel een feit. Wat dat is en wat dat kan betekenen? Ik heb het niet mooier uitgelegd zien worden dan in onderstaand filmpje”

Dan praat ik nu weer als mezelf, Jan Jaap Elenbaas, online producer bij De PersoneelZaak.
Voor mij is dit, onder andere, een antwoord op de vragen zoals: wat is de toekomst voor de iPhone (en andere mobiele devices/smartphones)? Wat kan er allemaal met Twitter (en soortgelijke diensten)? Wat is er zo handig aan het feit dat een computernetwerk over het elektriciteitsnetwerk van een huis kan lopen? Waarom zou je overal draadloos willen, moeten, kunnen zijn? En vele andere vragen.

De vraag blijft natuurlijk, wat kunnen WIJ hiermee? Waar liggen de kansen?

Eigenlijk doen we er binnen de BVH Groep al wat mee, kijk maar eens naar tijdreizen.nl (data van wegwerkzaamheden, realtime files, realtime treinreisinfo en ook bussen en trams gekoppeld voor een berekening en reisadvies).

Tenslotte kun je je als mens ook afvragen, of het nu allemaal wel nodig is. De energie die het kost, het gemak dat ons dommer maakt, etc. Mij fascineert het vooral, vanwege de techniek, de innovatie en de oneindig lijkende toepassingsmogelijkheden.

Door: Jan Jaap Elenbaas | dinsdag, 23 maart 2010 | Geef een reactie (0)

Share |  
Fotografie
Thuis voelen op je werk is belangrijk. Je werk moet je passen. De PersoneelZaak vroeg fotografen Marcel Molle en Hans Aarsman om op zoek te gaan naar beelden van werkplekken waarbij de persoonlijke stempel van mensen zichtbaar wordt.
Contact
Voor meer info kunt u contact opnemen met Gertjan de Waal: 06-55762225.
De PersoneelZaak | Honingerdijk 80, 3062 NW Rotterdam.
T 010 890 98 10 | F 010 890 98 06 | dewaal@personeelzaak.nl
De PersoneelZaak is onderdeel van de BVH Groep.