Fans verdienen: quid pro quo


Ik moet zeggen, ik ben onder de indruk van het succes van Roamler. Voor wie de dienst niet kent: deze erg jonge startup zet consumenten in om kleine opdrachtjes te doen, die bij elkaar opgeteld van grote waarde zijn voor de opdrachtgevers van Roamler. Meestal zijn het foto-opdrachten ten behoeve van onderzoek, of voor het in kaart brengen van plaatsen of objecten die onderhoud behoeven. Zo kan ieder bedrijf even tijdelijk een extra ‘workforce’ inzetten. Moet je je eens voorstellen, dat je even door de bril van een paar honderd mensen uit de doelgroep naar de wereld kan kijken!

Het motto van Roamler is ‘quid pro quo’, oftewel ‘voor wat hoort wat’. Roamlers krijgen dan ook punten – en uiteindelijk geld – voor de opdrachtjes die ze doen. Maar dat is niet het enige dat hen voldoening geeft, zo valt te lezen in de blogpost van Roamler Nelleke. Zij beschrijft dat ze door de opdrachten dingen over zichzelf leert, haar creativiteit gestimuleerd wordt en dat ze op een andere manier naar haar eigen stad kijkt.

Roamlers worden al snel gevangen door het concept en stralen het enthousiasme uit aan hun omgeving. Daardoor willen al snel meer mensen Roamler worden. Dat heb ik ook ervaren bij Buzzer, waar we consumenten producten lieten ervaren en beoordelen. Binnen een paar jaar was het aantal Buzzers uitgegroeid tot zo’n 50.000 – en dat zullen er nu nog veel meer zijn. Echter, bij Roamler is het nu nog zo, dat je een invite moet hebben om ook lid te worden. Roamlers die veel punten hebben verzameld, mogen af en toe zo’n invite weggeven. En dat doen ze niet zomaar. Ze zetten dezelfde techniek in die Roamler zelf gebruikt: ze bedenken creatieve opdrachtjes en laten daarmee hun netwerk inzetten op een invite. Kortom, ze vergroten het gevoel van schaarste en exclusiviteit door er een uitdaging aan te koppelen. Zulke fans wil je hebben!

Wat leert dit ons? Dat mensen bereid zijn om dingen voor je te doen. En daarmee bereik je niet alleen dat ze iets voor je doen, maar ook dat zij zich aan je organisatie gaan binden. Er is een aantal factoren die Roamler tot zo’n succes maken. Doordat het concept zo slim in elkaar zit, verdienen fans niet alleen punten/geld, maar verdient Roamler haar fans.

  • Aanspreken van competenties: Roamler geeft mensen op een heel laagdrempelige manier het gevoel dat ze ergens iets aan bijdragen. Door eenvoudige vaardigheden in te zetten en daarvoor beloond te worden, krijgt men een kleine boost in het zelfvertrouwen.
  • Laten ontdekken: De opdrachtjes voelen een beetje aan als het zoeken naar verstopte paaseieren; het voelt als een mini-overwinning als je er één gevonden hebt. Bovendien ontdek je nieuwe plaatsen en zie je zaken die je anders nooit zou zien.
  • Groepsgevoel: De kleine opdrachtjes doe jij niet alleen, je doet het samen met honderden andere Roamlers in het land. Je ervaart de kracht van de massa, vele handen maken licht werk. En bovendien: je hebt een groep gelijkgestemden, die met hetzelfde doel bezig zijn. Daar hoor jij bij!
  • Exclusiviteit: Doordat niet iedereen zomaar bij die groep kan horen, voelt het als een bijzonder voorrecht om de opdrachtjes te mogen doen.
  • Statussymbolen: Roamler maakt goed gebruik van statussymboliek. De opdrachtjes leiden tot punten, die weer leiden tot een bepaald niveau. Roamlers met niveau 3 mogen af en toe een invite uitdelen, wat hen een bijzondere status in hun omgeving verschaft.
  • En dan is er natuurlijk nog de slimme toepassing van location based techniek en de toegankelijke look & feel van het concept.

Overigens is het idee van (foto-)opdrachten niet nieuw. Onderzoeksbureau Beautiful Lives gebruikt die techniek al jaren om inzicht te verschaffen in de beleving rond bepaalde topics bij de doelgroep. Zij maken daar vervolgens zeer gedegen analyses van, die tot verrassende inzichten leiden. Kunstenaarsduo Miranda July and Harrell Fletcher baseerden een heel project rondom kleine creatieve opdrachten, onder de treffende titel: ‘Learning to love you more’.

Mijn advies: denk er eens over na om zelf Roamler in te zetten, of om op basis van dezelfde principes de doelgroep bij de uitdagingen van het merk te betrekken. Want dat levert mogelijk een nieuwe schare fans op. En je leert natuurlijk enorm veel over de doelgroep. Maar let wel: voor wat hoort wat.

Door: Marlies de Gooijer | donderdag, 20 oktober 2011 | Geef een reactie (0)

Share |  

Werkgevers: verdiep je in Facebook

Er is al vaker geschreven en veel gediscussieerd over of jongeren nu wel of niet op Twitter te vinden zijn. Dit is een lekker helder stuk over waarom de meeste tieners wel Facebook gebruiken en niet Twitter. Geschreven door een 16-jarige die zelf wel twittert.

Wat ik eigenlijk het interessantst aan het verhaal vindt, is waarom tieners Facebook juist wel gebruiken. In het artikel worden een aantal behoeftes van tieners aangehaald, waar Facebook op inspeelt:

Lees verder

Door: Marlies de Gooijer | dinsdag, 14 december 2010 | 1 reactie (1)

Share |  

Mobiel internet groeit en groeit

Onlangs stond er een artikel op nu.nl over mobiel internetten en vooral het stijgende gebruik er van. Er kwamen een paar getallen voorbij, die het gevoel wat ik al een tijd heb ondersteunen. Een greep uit de feiten die werden genoemd:

- 60% van de mensen in de wereld die internettoegang hebben is dagelijks online
- In Nederland is dat 70%, 32% heeft een eigen blog, 29% neemt deel in forums
- Smartphone in Nederland wordt met name gebruikt voor e-mail (2,2 uur per dag) en social networking (1,2 uur per dag)

Dit zijn indrukwekkende cijfers en het het mobiele gebruik zal door het bezit van smartphones en tablets alleen maar stijgen. Mobiel consumeren is dus niet meer weg te denken uit de maatschappij, mobiel communiceren dus ook niet meer. Ook wij merken dat steeds vaker in ons dagelijks werk. Niet alleen vanuit de klant komt steeds vaker de behoefte om ‘mobiel te gaan’, ook vanuit het idee ontstaat steeds vaker de vraag wat de mogelijkheden zijn qua techniek. Mogelijkheden zijn er zeker en steeds meer.

Een vraag die naar aanleiding van bovenstaande nog naar voren kwam was de volgende: “Is ook nog onderzocht hoe het met mannen en vrouwen zit? En jongeren en ouderen? Ik stond namelijk laatst op een metrostation en opvallend was dat veel vrouwen/meiden verdiept waren in een boek of tijdschrift. Veel mannen/jongens echter kregen een kromme nek en van naar hun mobieltje staren. Als ik in de metro om me heen kijk zijn de meiden vooral aan het praten in hun mobieltje en jongens drukken er meestal op.

Een antwoord op deze vraag is (deels) te vinden in een publicatie van het CBS genaamd “De digitale economie 2009”, hoofdstuk 5.1, pagina 142. Hoewel niet concreet en met cijfers gepubliceerd.

De overgrote meerderheid van de Nederlanders gebruikt in 2009 wel eens een mobiele telefoon: 92 procent. Het gebruik van een mobieltje is het minst populair onder personen van 65 tot 75 jaar. Van hen belt drie kwart wel eens mobiel.
Het aandeel mannen dat een mobieltje gebruikt is ongeveer even groot als het aandeel vrouwen. Verschil is er wel in het gebruik van het mobieltje om te internetten: mannen doen dit vaker dan vrouwen en jongeren vaker dan ouderen. Personen die nooit mobiel bellen, maken ook minder gebruik van overige ICT-voorzieningen. Van deze groep heeft namelijk ongeveer 70 procent thuis internettoegang en slechts 53 procent heeft thuis breedbandinternet. Voor alle Nederlanders liggen deze aan- delen op respectievelijk 93 en 79 procent.

Maar de vrouwen zitten niet stil. Uit een ander onderzoek (browser Opera) blijkt dat vrouwen in opkomst zijn. Het aantal vrouwen dat gebruik maakt van mobiel internet groeit namelijk sneller dan het aantal mannen. Maar in totaal zijn er nog steeds veel meer mannen die gebruik maken van het mobiele web.

Het aantal vrouwen dat in de afgelopen twee jaar gebruik is gaan maken van de mobiele browser steeg met 575%. Ter vergelijking: in diezelfde periode steeg het aantal mannen dat gebruik maakt van Opera Mini met 233%. Het zijn de mannen die mobiel internet gebruik domineren. De Opera browser heeft 25% marktaandeel bij mobiele gebruikers en kan dus als redelijk representatief worden gezien.

De toenemende groei van het aantal vrouwelijke gebruikers is te wijten aan de toenname van applicaties en niet aan de hardware volgens een Gartner-analist in Webwereld. Het aantrekken van vrouwen gaat niet om het aanbieden van roze telefoons maar om het ontwikkelen van succesvolle applicaties die vrouwen bijvoorbeeld helpen beter om te gaan met hun werk en familieleven. Daar zit wel wat in denk ik, al kijk ik naar mijn thuis situatie (beide dames geven niets om de telefoon, maar zijn alleen met apps bezig, die van 2,5 nog bijna meer dan die van 30).

Bovenstaande wordt enigszins onderschreven door een artikel op MSN. Daar wordt geschreven dat mannen weliswaar liever een iPhone of Android toestel willen en vrouwen een Blackberry (hardware), maar dat de onderliggende reden is dat mannen zoveel mogelijk apps willen en willen internetten. Vrouwen vinden het vooral belangrijk om te communiceren. Dat kan met ouderwets bellen, maar bijvoorbeeld ook ‘pingen’ (soort gratis SMS) wat een app op de Blackberry is. Dit is ook een reden voor jongeren trouwens, die zo minder geld kwijt zijn.

Wat betreft ouderen heb ik niet zoveel kunnen vinden, maar ik denk dat die langzaam erg belangrijk gaan worden. Met apparaten als de iPad, maar ook laptops + het feit dat veel zaken nu eenmaal online gedaan kunnen/moeten worden, groeit het gebruik er van. Ze zijn met veel (babyboom) en daarnaast hebben de ‘nieuwe’ ouderen al een tijd ervaring, omdat ze tijdens hun werk al een computer hebben gebruikt, in tegenstelling tot de huidige 75+ers.

UPDATE: kleine update over mobiel gebruik. Een artikel op FW (Mobiele ‘superconnecteds’ irriteren Nederland), gaat in op een rapport van TNS NIPO over irritaties m.b.t. mobiel internet.

Door: Jan Jaap Elenbaas | woensdag, 17 november 2010 | Geef een reactie (0)

Share |  

Mooie inhaakbranding

lonely-planet

Ik kwam een mooie actie tegen. Geen arbeidsmarktcommunicatie, maar wel een mooi voorbeeld van moderne communicatie.
In verband met de vele gestrande reizigers op Europese vliegvelden, heeft Lonely Planet tijdelijk 13 iPhone-stadsgidsen gratis in de aanbieding.  Zoals een Lonely Planet medewerker op een forum zegt: ‘If you’re having an unexpected holiday in Europe, hope these help!’

Natuurlijk een mooi gebaar van de uitgever naar alle gestrande reizigers. Maar het is meer.
Je moet eens op deze pagina van Blogpulse kijken hoeveel er ineens online over Lonely Planet wordt gesproken.
Als modern merk moet je ‘part of the conversation’ worden. Dit vind ik een mooi voorbeeld hoe je dat kan realiseren.

Meer info en voor iPhoners de downloadlinks hier.

Door: Marcel van der Quast | dinsdag, 20 april 2010 | Geef een reactie (0)

Share |  
Fotografie
Thuis voelen op je werk is belangrijk. Je werk moet je passen. De PersoneelZaak vroeg fotografen Marcel Molle en Hans Aarsman om op zoek te gaan naar beelden van werkplekken waarbij de persoonlijke stempel van mensen zichtbaar wordt.
Contact
Voor meer info kunt u contact opnemen met Gertjan de Waal: 06-55762225.
De PersoneelZaak | Honingerdijk 80, 3062 NW Rotterdam.
T 010 890 98 10 | F 010 890 98 06 | dewaal@personeelzaak.nl
De PersoneelZaak is onderdeel van de BVH Groep.